Artrose van het kniegewricht, gonartrose

"Artrose van het kniegewricht (gonartrose), is de meest voorkomende vorm van artrose."

Door gewrichtsslijtage wordt het kraakbeen in het kniegewricht over de loop van de jaren dunner en verdwijnt. Indien het gewrichtskraakbeen zo dun wordt, dat er klachten ontstaan, wordt dit een artrose genoemd. Artrose van het kniegewricht kan in een primaire en secundaire vorm onderverdeeld worden.

Een primaire artrose, is slijtage van het kniegewricht door toenemende leeftijd, zonder duidelijke oorzaak (behalve de leeftijd).

Bij een secundaire artrose bestaat er een onderliggende oorzaak, die tot artrose leiden. Deze kunnen bijvoorbeeld zijn:

  • Overgewicht
  • Veranderde stand van het been (X- of O-benen)
  • (Contact)sporten met een hogere belasting van de knieën, of hoger risico op blessures (voetbal, skiën)
  • Zwaar lichamelijk werk, over langere tijd, of werk waarbij vaak op de knieën gewerkt moet worden
  • Ontstekingsziekten of infecties (reuma, doorgemaakte bacteriële infecties in het gewricht)
  • Blessures of ongevallen (vaak botbreuken) met verstoring van het gewrichtsoppervlak, of meniscusproblemen waarbij een stuk van de meniscus verwijderd is

 

Kenmerkend voor beide vormen is een toenemende slijtage van het gewrichtsoppervlak, zowel van het bovenbeen als het scheenbeen. Door toenemende kraakbeenschade ontstaan onregelmatigheden in het gewricht, welke tot schade van het bot leidt en de normale beweging van het gewricht op lange termijn beperkt.

 

KLACHTEN BIJ ARTROSE VAN HET KNIEGEWRICHT

Het beloop van het ontstaan van artrose van het kniegewricht is vaak een langzaam proces, met gedurende jaren toenemende (pijn)klachten van het gewricht wat aangedaan is. Typische klachten van artrose zijn bijvoorbeeld:

  • Pijn in de knie bij traplopen, of op een onregelmatige ondergrond
  • Pijn bij “in beweging komen”, ochtendstijfheid van het gewricht. Typisch is dat in beweging de stijfheid en klachten minder worden
  • Pijn bij (over)belasting van het gewricht, het dragen van zware lasten
  • Zwelling, vervorming en warmte in het gewricht
  • Kraken of knerpen van het gewricht bij bewegen
  • Toename van de klachten bij koud of vochtig weer

 

Welke therapie bij artrose van het kniegewricht zinvol is, verschilt per patiënt. De uitdaging is, om voor elke patiënt een behandelplan op te stellen, welke voldoet aan de (persoonlijke) voorkeuren, wensen en eisen van de patiënt. Hierin zijn onder andere de leeftijd, lijdensdruk (levenskwaliteit!), mate van slijtage en verwachtingen van de patiënt (verwacht de patiënt te kunnen werken en te sporten, of is het doel “alleen” pijnvrij te kunnen lopen en bewegen) van belang.

 

CONSERVATIEVE THERAPIE:

Het omkeren van het slijtageproces (of genezen) is tot op heden helaas niet mogelijk. Een conservatieve therapie richt zich daarom op verlichting van de pijnklachten, het verbeteren van beweeglijkheid en mobiliteit of het slijtageproces “af te remmen”. Mogelijke behandelingen zijn:

  • Fysiotherapie, beweging, manuele therapie, osteopathie, koelen, locale crèmes / zalf
  • Sport, gewichtsreductie (verminderen van de gewichtsbelasting van het gewricht!)
  • (Ontstekingsremmende) medicatie (NSAID’s), zoals Ibuprofen en Diclofenac, maar ook Etoricoxib (Cave: risico’s, bijwerkingen, aandoeningen van lever of nieren)
  • Injecties met Cortison (Cave: risico’s, bijwerkingen) of hyaluronzuur
  • “Eigen-bloed-therapie” (Platelett-Rich Plasma (PRP))

Alternatieve Behandlungsmöglichkeiten bei Arthrose / Gelenkverschleiß:

  • Voedingssupplementen (Glucosamine, Chondroitine)
  • Acupunctuur

 

 

OPERATIEVE THERAPIE:

Afhankelijk van de mate van artrose en de diepte / grootte van de kraakbeenschade, staan ons een aantal verschillende operatieve technieken ter beschikking:

  • Bij kleine kraakbeendefecten of beginnende kraakbeenschade kan een kijkoperatie (artroscopie) met eventueel “glad maken” van het kraakbeen, het aanboren van kraakbeendefecten (microfracturing) of een transplantatie van kraakbeen (OATS, matrixtransplantatie)
  • Bij een extreem X- of O-been kan een omstelling (correctuur van de as van het been) doorgevoerd worden om de druk in het gewricht beter te verdelen
  • Het inbouwen van een “nieuwe knie” (knieëndoprothese).

 

Indien een artrose van het kniegewricht in het eindstadium bestaat en door conservatieve behandeling geen verlichting meer brengen, dan KAN een operatie verlichting brengen. Indien het gewricht niet meer te redden is, bijvoorbeeld door middel van een correctuur van de stand van het been of hersteloperatie van het kraakbeen, zal door Uw arts het inbouwen van een “nieuwe knie” voorgesteld worden. Hiervoor moeten vaak extra röntgenfoto’s worden gemaakt, om voor de operatie een planning van het te implanteren materiaal te maken. Afhankelijk van de schade in het gewricht staan verschillende protheses ter beschikking, bijvoorbeeld halfzijdige protheses of totale protheses.

 

Unicondylaire protheses, hemiprotheses.

Unicondylair betekend dat slechts 1 kant van het gewricht wordt uitgewisseld, de binnen- of de buitenkant, of het patellofemorale gewricht (bij geïsoleerde kraakbeenschade achter de knieschijf). Dit kan zinvol zijn als de schade zich slechts in 1 compartiment van het gewricht bevindt, en geen relevante X- of O-beenstand bestaat. Oudere patiënten of patiënten met osteoporose zijn vaak geen kandidaat voor een hemiprothesese.

 

Bicondylaire protheses, totale endoprothese.

Indien een hemiprothese geen optie is, wordt een totale endoprothese geïnplanteerd. Hier worden alle onderdelen van de knie (binnen-, buitenkant, en patellofemorale gewricht) vervangen. Soms wordt ook de achterkant van de knieschijf mee behandeld. De meeste protheses hebben twee metaalgedeeltes, die op het boven- en onderbeen passen. Hier tussen ligt een schijfje van kunststof als schokdemper. Er bestaan protheses die zonder of met botcement verankerd worden, vraag Uw orthopeed welke hij of zij gebruikt. In de regel, zijn “nieuwe knieën” na de operatie gelijk volledig belastbaar en bewegelijk.

 

Gekoppelde protheses, gesteelde protheses, modulaire protheses.

Vooral bij wisseloperaties, of bij een sterk afwijkende stand van het been (met instabiliteit van binnen- of buitenbanden) kan het zijn dat met een normale bicondylaire prothese geen stabiliteit in de knie te bereiken is (binnen, buitenband). In dit geval kan een “gekoppelde” prothese (vaak met langere steel) of modulaire prothese (hierbij kunnen eventuele botdefecten tijdens de operatie worden opgevuld en gecorrigeerd worden) uitkomst bieden.

 

NA DE OPERATIE:

Een nieuwe knie is na de operatie in principe direct vol belastbaar. Er bestaan (in tegenstelling tot een nieuwe heup) geen beperkingen qua bewegelijkheid, de knie kan niet “uit de kom” kan schieten. Wat U mag en niet mag, wordt tijdens de nabehandeling en mobilisatie uitgebreid door Uw fysiotherapeut met U besproken.

U mag na de operatie gelijk (onder begeleiding van fysiotherapeuten) bewegen en lopen. Het is aan te bevelen, gedurende 6 weken na de operatie met twee krukken te lopen (stabiliteit, ondersteuning). Gedurende de eerste 4 weken wordt (mits geen lever-, nierproblemen of allergieën bestaan) een behandeling met een NSAID aanbevolen, ter voorkoming van het ontstaan van verkalkingen in het nieuwe gewricht. Voor de eerste 6 weken na de operatie is een thromboseprofylaxe (trombosespuiten) noodzakelijk.

De eerste controle bij Uw orthopeed vindt 6 weken na de operatie plaats, bij problemen / klachten moet U zich echter gelijk melden. Na 3 maanden, 6 maanden en 1 jaar worden ter controle röntgenfoto’s gemaakt, hierna elke 2 jaar.

 

DE LEVENSDUUR VAN EEN KNIEPROTHESE

Een nieuwe knie gaat (indien zich geen complicaties voordoen) 15 – 20 jaar mee. Soms kan dit wezenlijk langer zijn, soms helaas ook korter (bij protheseninfecties, breuken in de buurt van de prothese, slijtage van bijvoorbeeld het inlay door verhoogde (gewichs)belasting). Indien er (pijn)klachten van de geopereerde knie ontstaan, een aangetoonde slijtage of “loslaten” van de prothese bestaat, of als een acute infectie van de prothese aangetoond is, kan een revisie van Uw knieprothese “wisseloperatie”) noodzakelijk zijn.

Of een operatie noodzakelijk is, of dat een patiënt met een dergelijk probleem afwachten kan, hangt af van het onderliggende probleem. Zo is bij een acute infectie (met bijv. een (dreigende) bloedvergiftiging) of een breuk in de buurt van de prothese een operatie meestal noodzakelijk; de patiënt heeft geen andere keuze. Bij een slijtage van de prothese, of het slijtage van het inlay, kan in de regel afgewacht worden en bepaalt de patiënt of een operatie moet plaatsvinden (afhankelijk van klachten, levenskwaliteit en verwachtingen).

Orthopedie Neuenhaus

Bel ons

+49 5941 9898580

Mail ons

praxis@orthopaedie-neuenhaus.de

Praktijklocatie

Haupt Straße 43
49828 Neuenhaus
Duitsland

Neem contact met ons op

©2019-2020 • Orthopädie Neuenhaus

Impressum  •  Datenschutz  •  Log In